Comisch of tragisch?

Gereformeerde Kerkbode van Vlaardingen

onder Redactie van de Gereformeerde Predikanten, nummer 47 (geen paginering) (20 oktober 1917)

a



Onlangs nam „De Rotterdammer” uit een kerkbode ’t verhaal over van een ouderling, die voor zijn gemeente een preek moest lezen. De man, kenner van de volksziel, was listig. Hij wist, dat bij zeer velen de prediking van den eigen predikant niet voldeed; dominee preekte niet diep genoeg, er was zoo weinig voor het hart in, oordeelde men. En de ouderling, die wel beter wist, nam voor den leesdienst ditmaal een gedrukte preek van de hand van den bewusten plaatselijken predikant zelf, doch . . . . ’t dunne preekboekje was gelegd in een dikken foliant van Bierman, zekeren „ouden” schrijver b, zoodat heel de gemeente in den waan verkeerde, dat de eerwaarde Bierman in hoogst eigen persoon aan ’t woord was. En na den dienst was de lof uitbundig; die Bierman had het toch weer zoo mooi gezegd. Die tegenwoordige dominees mochten wel eens bij hem in de leer gaan, vond men . . . .

Als we zulke dingen lezen, dan glimlachen we even. Och ja. Maar eigenlijk is hier een stukje tragedie. Want dergelijke verhalen zijn met legio te vermeerderen. Zelf hoorde ik eens van een vrouw, die niets moest hebben van Dr. Kuypers werken. Daarin stond „zoo heelemaal niets voor de ziel” . . . . De vrouw werd ziek; de predikant bracht haar ter lezing een werkje van . . . . Dr. Kuyper: „In de schaduwe des doods” c, van welk boekje echter (toevallig?) ’t titelblad met den naam van den schrijver ontbrak. En bij het volgend bezoek was ’t oordeel van de kranke, dat die man, die dàt geschreven had, toch wel zeker ’n „doorgeleid” christen moest zijn; die wist zoo de ziel te troosten . . . .

Ik voor mij vind hier meer tragedie dan comedie. En . . . . de voorbeelden zijn nòg aanwezig. Ik durf beweren en volhouden, dat in zeer veel gevallen de afkeurende kritiek van menschen, die zekeren predikant niet „zwaar genoeg” vinden en hun beschuldiging, dat hij geen voedsel geeft voor een „bekommerde” ziel berust op afwezigheid van het ware „bekommerd zijn vanwege de zonden” d, of op eigenwijsheid of geestelijken hoogmoed of vooroordeel. 1) Men heeft één preek gehoord, waarbij men in ’t begin reeds „het mannetje” kritisch opnam. Natuurlijk beviel ’t toen niet en sedert is ’t voor altijd mis. En als een àndere mond dezelfde preek eens uitsprak . . . . men zou „smullen”. Gelukkig de prediker, die ook zijn preeken voor zijn God heeft leeren brengen en dan bóven dergelijk gewriemel staat. Maar een ieder zie toe, wat hij doet. Ook uw kritiek (!) komt in ’t gericht.


K. S.




1. Bij verschil van belijdenis en richting staan de gevallen natuurlijk anders.




a. Door Schilder zelf opnieuw gepubliceerd als ‘Comisch of tragisch?’, Gereformeerde Kerkbode Classis Gorinchem 7 (1919v) 13 (3 april 1920); opgenomen in OWK II,15-16.

b. In zijn eigen exemplaar heeft Schilder Bierman vervangen door Beukelman; vgl. schriftje in Archief Schilder. Zo ook in de uitgave in de Kerkbode van Gorinchem. Het gaat wel om het alternatief van Johannes Beukelman (1704-1757).

c. Vgl. Abraham Kuyper (1837-1920), In de schaduwe des doods. Meditatiën voor de krankenkamer en bij het sterfbed, Amsterdam (Wormser) 1893.

d. Vgl. Psalm 38:18.







deze pagina hoort in frames, klik hier

© Appendix Vaginix Productions 2000