Register Project Neocalvinisme

Basilius de Grote (±330-379)





Bio

Grieks theoloog, bisschop te Caesarea in CappadociŽ (370).

Werk

Christelijke Encyclopaedie1 I,241

Basilius, bijgenaamd de Groote (330-379) een koninklijke figuur, een van de drie groote CappadociŽrs. Hij stamde af uit een ascetisch aangelegde familie. Zijn moeder Emmalia en zijn grootmoeder Makrima wekten reeds vroeg in hem een begeerte tot godsvrucht. Hij ontving het eerste onderricht van zijn vader, die rhetor was. Daarna werd hij naar Constantinopel gezonden, waar hij Libanius leerde kennen. Vandaar ging hij naar de school te Athene, waar hij gelijktijdig studeerde met prins Julianus, die later afvallig werd. Hij sloot daar een vriendschapsverbond met Gregorius Nazianzus, waarin ook later de jongere broeder Gregorius van Nyssa werd opgenomen. Hoewel zij een Heidensche school bezochten, bleven zij aan hun gelof getrouw. Gregorius Nazianzus schreef later over hun verblijf te Athene: „Wij kenden maar twee straten van de stad, de eene, die naar de kerk voerde en de andere, die naar de scholen leidde. Aan anderen lieten wij over de straten naar het theater en de plaatsen der ijdelheid. Ons eenig doel was Christen te heeten en te zijn”.

Toen hij van de school kwam, werd hij leeraar in de rhetoriek. Hij bezocht daarna de beroemdste asceten in SyriŽ, Palestina en Egypte en die mannen maakten op hem zulk een diepen indruk, dat hij zelf den weg der ascese verkoos. Hij schonk zijn vermogen weg aan de armen. In 364 werd hij presbyter en in 370 bisschop in Cesarea. Cesarea was een metropolitaanstad en daarom was Basilius metropoliet. Hij had het opzicht te houden over 50 bisschoppen. Hij was een man vol van geloof en liefde, en aan kracht om door te tasten, als het noodig was, ontbrak het hem niet. In den Ariaanschen strijd wist hij de kerken in het Oosten, die onder zijn opzicht stonden, saam te houden. Keizer Valens, die Ariaan was, dreigde Basilius met confiscatie zijner goederen, verbanning en dood, omdat hij Athanasiaansche gevoelens voorstond. Basilius antwoordde: „Goederen bezit ik niet, verbanning vrees ik niet, want de aarde is des Heeren, en de dood is mij een weldoener, want hij brengt mij snel tot God”.

Basilius heeft het kloosterleven (dat lag geheel en al in zijn lijn) in het Oosten zeer bevorderd en een monument van zijn Christelijke liefde was het Basilius-gesticht te Cesarea, een hospitaal, waaraan hij al wat hij nog bezat vermaakte.

Hij liet enkele dogmatische werken na, o.a. Tegen Eunomius en Over den Heiligen Geest.

Ds J.H. Landwehr






deze pagina hoort in frames, klik hier

© Appendix Vaginix Productions 2001