31 maart


DE KONINGSSTAD — HET JUISTE ADRES.


Zij kwamen in de heilige stad.

Matth. 27 : 53. a


op het juiste adres komt het bij alle brieven aan; menschenbrieven nemen het met dien regel niet al te nauw; Gods brieven des te meer. En toen God Israël een bericht uit de dooden deed toekomen, zorgde Hij voor een juist adres: hij zond de boodschappers naar de „heilige stad”, naar Jeruzalem. Jezus heeft de koningsstad niet meer beroerd, nadat ze Hem had uitgeworpen. Hij is gegaan naar Galilea, om de schapen, die zonder herder waren, en verstrooid, bijeen te vergaderen b. Maar hij heeft toch ook voor de koningsstad gezorgd. En waarom?

In de eerste plaats, omdat Jeruzalem nog altijd de hoofdstad is. God begint bij het begin, en laat het oude niet los, als het niet zelf uit den weg loopt. Jeruzalem, dáár zal de stem der dooden spreken, gelijk God op den Pinksterdag de stormen des Geestes ook daar zal ontketenen. God begint bij het oude adres: die Hij aangesproken heeft, die hééft Hij aangesproken . . .

Er is nòg een reden, om juist Jeruzalem aan te spreken. Vooral Jeruzalem heeft alles gedaan, om het leven weer in het graf terug te werpen, toen het er eenmaal uitgesprongen was! Weet ge nog wel van dat graf in Bethanië, waar Lazarus in gelegen had? c Toen uit dat graf Lazarus was getreden, toen was in dankbare bewondering de schare meegetrokken achter Jezus aan. De hooge heeren in Jeruzalem zagen dat aan met leede oogen aan: ze meesmuilden: zie, de heele wereld loopt hem achterna d. Toen heeft juist Jeruzalem een campagne geopend tegen een grafopening in Bethanië; men kan zeggen, dat Lazarus’ opwekking het begin van het eind voor Jezus geweest is. Welnu, juist in Jeruzalem gaat God het wonder van Lazarus vermenigvuldigen. Hij wekt veel dooden op. Ziet, Sanhedristen, twee werelden loopen Hem achterna: de zichtbare en de onzichtbare! Die God eenmaal onrustig maakt, die hééft Hij onrustig gemaakt . . .

En tenslotte: Jeruzalem is de stad der schriftgeleerden. Juist de Jeruzalemsche theologen hebben geschreven en geleerd, dat de messiaansche eeuw zich kenmerken zou door een òpwekking veler dooden, te beginnen bij de aartsvaders. Laat nu hun eigen woorden hen in het gezicht vliegen. Als ze het meenen, dan zullen ze niet rusten, eer ze weten wat er aan is van die dooden en van den Nazarener. Als ze nu niet vragen: wat wil dit zijn? e dan hebben ze niet alleen aan Jezus’, maar ook aan hun eigen prediking niet geloofd. Toen de wijzen uit het Oosten een wonder zagen aan den hemel, dat aan hun verwarde denken beantwoordde, toen zijn ze dadelijk opgestaan f. Thans spreekt God ook Jeruzalems wijzen in hun eigen taal toe . . . maar ze staan niet op, dan om een leugen te bedenken, hoe zij zich af zullen maken van het open graf van Jezus g . . . Want wie niet door de waarheid opgewekt wordt, zijn leugen verloochent toch ook altijd weer zichzelf. De leugen heeft geen eigen stijl. Die God verlaten heeft, die hééft Hij verlaten. Men kan niet over God heenloopen, zonder ook zichzelf te vertreden.



LEZEN: 1 Corinthe 3 : 11-19.



a. Opgenomen in VWS I,213-214. Eerder gepubliceerd als ‘De Koningsstad — het juiste adres’, De Reformatie 7 (1926v) 24,185v (11 maart 1927).

b. Vgl. MatteŁs 9:36, Johannes 11:52.

c. Vgl. Johannes 11.

d. Vgl. Johannes 12:19.

e. Vgl. Handelingen 2:12.

f. Vgl. MatteŁs 2:1-12.

g. Vgl. MatteŁs 28:12-15.






deze pagina hoort in frames, klik hier

© Appendix Vaginix Productions 2001