30 januari


OVERWINNING IN VERZOEKING.


en ik zag . . . die de overwinning hadden van het beest en van zijn beeld en van zijn merkteeken en van het getal zijns naams

Openb. 15 : 2. a


strenge orde was er in de verzoeking, die Satan over Christus bracht, zoo zagen we gister. Ze is er óók in de aanvechting van de christenen. Openbaring 15 zegt ons, dat aan de glazen zee eenmaal Gods sterke overwinnaars staan. Tegen wien vochten zij? Tegen het Beest. Tegen den Zondaar, den Wetlooze bij uitnemendheid. Tegen den Antichrist, die niet, zooals Christus, de werken des duivels breekt, maar die ze in de wereld uit-werken komt. Dat ééne Beest komt op met drieërlei verzoeking: de verzoeking van zijn „merkteeken”, en van zijn „beeld” en van zijn „getal”. De verzoeking van zijn „merkteeken” komt overeen met die van het brood, waarmee Satan Christus verleiden wilde. Want in de dagen van de antichristelijke wereldoverheersching mag niemand koopen, dan die het „merkteeken” van het Beest heeft b. De christen wordt geboycot; wil hij zijn leven, zijn brood hebben, dan kan hij het alleen op voorwaarde van zonde verkrijgen. De eerste verzoeking herhaalt zich dus. Dan is daar ook het „beeld” van het Beest. Dat komt overeen met de vraag, aan Christus gedaan, of hij door een zinnelijk, uitwendig teeken, zijn messiasschap wilde bewijzen. Christus wilde dat niet. De Antichrist wel. Hij zal zich een „beeld” laten maken c: d.w.z. hij zal door uitwendige wonderteekenen en grootschen praal de wereld willen overtuigen, dat hij de Messias is. Zoo komen de christenen, mèt hun Heer, in de tweede verzoeking; zij worden óók gevraagd, om alleen een Messias te gelooven, die een uiterlijk teeken heeft. En tenslotte herhaalt zich de derde verzoeking. Zij is die van het „getal” van het Beest. In dat getal (666) ligt de uitspraak, dat het Beest de hoogste macht op aarde heeft; dat hij, nederbukkende voor Satan, „al de koninkrijken” uit zijn hand ontvangt. Dus zien de oogen van allen, dat deze Mensch der Zonde de koninkrijken heeft. Christus zal ze nog krijgen. Maar de Antichrist heeft ze. En dat is zijn voordeel.

Zwaarder dan ooit zal het voor de christenen dier laatste dagen zijn, tegen deze drie verzoekingen hoofd en hart en hand te beveiligen. In hun bijbel lezen ze van Christus, die driemaal tot Satan neen zeide — in volkomenheid. Maar deze Christus heeft naar het uiterlijk alles tegen; en ach — Hem zien ze nog niet. Hier vóór hen staat een àndere Mensch, die driemaal tot Satan, ja zeide — óók in volkomenheid. En die Mensch heeft alles schijnbaar voor, en ze zien hem voor hun oogen . . . . Bij hèm mogen ze „wandelen door aanschouwing en niet door geloof” d.

Doch zie — zij worden niet verslagen. Zij overwinnen, omdat Christus voor hen overwonnen heeft. Christus’ drievoudige overwinning van den duivel zet zich in die van zijn volk tot het einde voort. Toen hij in de woestijn als overwinnaar overbleef, toen dienden hem de engelen en de dieren e. Maar hij heeft meer aan den dienst van de menschen. Zoo is dan uw gehoorzaamheid het loon voor de Zijne; en Zijn loon vordert Hij vandaag.



LEZEN: openbaring. 15.



a. Opgenomen in VWS I,129-130.

b. Vgl. Openbaring 13:17.

c. Vgl. Openbaring 13:14v.

d. Vgl. 2KorintiŽrs 5:7.

e. Vgl. Marcus 1:13.







deze pagina hoort in frames, klik hier

© Appendix Vaginix Productions 2001