2. In het O.T. ontbreekt nog een technische term voor geloof. De zaak ontbreekt niet, want menigmaal treedt het heil op in den vorm van eene belofte, die niet anders dan door het geloof kan worden aanvaard. Daden en werkzaamheden des geloofs worden ons daarom schier op iedere bladzijde verhaald. Maar de religieuse verhouding des menschen tot God wordt gewoonlijk door andere woorden uitgedrukt, zooals: God vreezen, dienen, liefhebben, aankleven, vertrouwen, zich op Hem verlaten, steunen, hopen, wachten enz., boven bl. 427. Aan gelooven is het meest verwant het woord ¤ym'h met b of l van ¤m', vastmaken, zich vastmaken, vasthouden aan iets, steunen, vertrouwen, Gen. 15 : 6, Ex. 4 : 31, 14 : 31, Deut. 9 : 23, vooral Jes. 7 : 9, Achaz, die hulp zoekt bij Assur en daarop steunt, zal niet bevestigd worden, als hij daarvan niet afziet en alleen op God zich verlaat, en Hab. 2 : 4, de Chaldeën maken hunne kracht tot hun god en hunne ziel is opgeblazen, maar de rechtvaardige zal leven door zijn vertrouwen op God en zijne belofte. In het latere Jodendom bestond het geloof niet alleen in het aannemen van de wet als Gods gave maar ook in de meening, dat Gods goedheid aanvullen zou, wat er aan de wetsgerechtigheid ontbreken mocht. Daartegenover treedt Johannes de Dooper met de prediking op, dat zulk een geloof en zulk eene gerechtigheid geen waarde hebben, dat voor allen metanoia en doop noodig is, om in te gaan in het rijk van den |519| Messias. Jezus sluit zich hierbij aan, maar voegt eraan toe, dat dat rijk in Hem, den Zoon des menschen, gekomen is; Hij brengt daarvan de blijde boodschap en zegt: bekeert u en gelooft het evangelie. Zoolang Jezus nu op aarde was en zelf predikte, bestond het geloof uit den aard der zaak allereerst hierin, dat men persoonlijk in Jezus onbepaald v ertrouwen stelde en daardoor overtuigd was, dat God in en door Hem sprak en wonderen deed, bijv. Mt. 8 : 10, 9 : 28, 15 : 28, 17 : 20, 21 : 21, 22 enz. Jezus’ persoon had zijn correlaat in de woorden, die Hij sprak, en de werken, die Hij deed, en omgekeerd werden deze woorden en daden weer door zijn persoon geverifiëerd. Maar toen Jezus heengegaan was, kwam hierin deze verandering, dat men persoonlijk niet meer Hem ontmoeten kon maar, om Hem te leeren kennen, gebonden was aan het woord der apostelen. Nu kreeg het geloof als het ware twee zijden; 1º het als waar aannemen van de apostolische getuigenis aangaande Christus, en 2º het persoonlijk vertrouwen op dien Christus, als nu nog levende in den hemel, en machtig, om de zonden te vergeven enz. Hoewel beide zijden in de geschriften der apostelen naast elkander voorkomen, legt toch Johannes vooral den nadruk op het eerste moment, pisteuein c. acc. of met een objectszin of c. dat. rei, Joh. 2 : 22, 4 : 50, 5 : 47, 6 : 69, 8 : 24, 11 : 42, 13 : 19, 17 : 8, 21, 1 Joh. 5 : 1, 5; Paulus daarentegen op het tweede, en spreekt dan van pistiv c. gen., van Jezus, Rom. 3 : 22, Gal. 2 : 16, 20, 3 : 22, Ef. 3 : 12, Phil. 3 : 9, van de waarheid, 2 Thess. 2 : 13, van het evangelie Phil. 1 : 27, prov qeon, 1 Thess. 1 : 8, e¸v Criston, Col 2 : 5, Phil. 5, n Cristû, Gal. 3 : 26, Ef. 1 : 15, 2 Tim. 3 : 15, en van pisteuein tini Rom. 4 : 3 Gal. 4 : 6, 2 Tim. 1 : 12, Tit. 3 : 8, pi tina, Rom. 4 : 5, 24, pi tini, Rom. 9 : 33, 1 Tim. 1 : 16 en vooral e¸v tina, Rom. 10 : 11, Col. 2 : 5, Phil. 1 : 29 enz. Maar volstrekte tegenstelling is dit niet, want Johannes spreekt menigmaal van pisteuein e¸v tina, 2 : 11, 3 : 16, 18, 36, 4 : 39, 6 : 29 enz., e¸v to ìnoma, 1 : 12, 2 : 23, I 5 : 13 en ook tini, 3 : 15, 5 : 24, 38, 46, 6 : 30 en tû ìnomati, I 3 : 23; en Paulus construeert pisteuein ook met ti en éti, Rom. 10 : 9, 1 Cor. 13 : 7, cf. 15 : 14, 17, 1 Thess. 4 : 14. Vooral is het verkeerd, de latere onderscheiding van Deo credere en in Deum credere of ook die van historisch en zaligmakend geloof met de bovengenoemde te vereenzelvigen. Menigmaal toch sluit de constructie |520| van pisteuein met éti, bijv. dat Jezus is de Christus, wel terdege het zaligmakend geloof in, Joh. 6 : 69, 8 : 24, 11 : 27, 17 : 8, I 1 : 5, Rom. 10 : 9; en pisteuein tini of e¸v tina is dikwerf niet meer dan een historisch geloof, Joh. 7 : 31, 40v., 8 : 30v., 10 : 42, 11 : 45, 48, 12 : 11, 42; in 1 Joh. 5 : 10 staat zelfs pisteuein e¸v tjn marturian. En dit is ook begrijpelijk. Waarlijk gelooven de getuigenis, welke God getuigd heeft van zijnen Zoon, kan alleen en doet alleen hij, die een onbepaald vertrouwen stelt in den persoon van Christus; en omgekeerd, wie op Christus vertrouwt als Zone Gods, neemt ook onvoorwaardelijk de getuigenis Gods aangaande Christus door den mond der apostelen aan. Het geloof sluit dus in het N.T. twee elementen in: vertrouwen op den persoon van Christus en aanvaarding van het apostolisch getuigenis. Deze beide hangen onverbrekelijk samen, zij maken in subjectieven zin het wezen des Christendoms uit. Indien Christus alleen een historisch persoon ware, die door zijn leer en leven ons een voorbeeld had nagelaten, dan ware een historisch geloof van de overgeleverde getuigenis genoegzaam, maar dan kwam het ook niet tot ware religie, tot wezenlijke gemeenschap met God en hadde het deisme gelijk. Indien Christus omgekeerd, naar de meening van het pantheisme, niet de historische maar slechts de ideale Christus ware, dan ware geloof aan eene getuigenis gansch overbodig, zou Christus niets anders wezen dan het zijn Gods in ons, maar dan kwam het wederom niet tot ware gemeenschap van God en mensch, wijl deze het wezenlijk onderscheid van beide onderstelt. Maar nu is Christus beide: een historisch persoon, de Christus der Schriften, en tevens de verheerlijkte Heer in den hemel, die nog leeft en regeert als het hoofd zijner gemeente. Hij verwierf de zaligheid in het verleden, maar past ze zelf in het heden toe. En deze weldaden des verbonds omvatten de herschepping van het zijn en van het bewustzijn; zij bestaan in rechtvaardigmaking en in verlossing, in licht en in leven, in waarheid en in genade. Zij veranderen den mensch in de wereld der gedachte, maken hem vrij van leugen, dwaling, duisternis, doen hem God kennen als den genadige, die de zonden vergeeft, stellen hem in de rechte relatie tot God en alle dingen, doen hem bedenken de dingen, die boven zijn en geven hem in het geloof een vasten grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men, niet ziet. En zij veranderen den mensch, ook in zijn zijn, maken hem |521| vrij van de smet der zonde, doen hem in het verborgene zijns harten leven in de gemeenschap met God door Christus in den H. Geest, maken hem een burger der hemelen, geboren van boven, uit God, herschapen naar de gelijkvormigheid aan het beeld des Zoons, opdat Hij zij de eerstgeborene onder vele broederen. En deze beide staan in onlosmakelijk verband. Want Christus, die nedergedaald is, is dezelfde, die ook opgevaren is verre boven alle hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou, Ef. 4 : 10. De H. Geest, die wederbaart, is dezelfde, die ook in ons van Christus getuigt. De Schrift leidt ons op tot Christus, die boven is, gezeten aan Gods rechterhand, en Christus, die door den Geest in onze harten woont, leidt ons terug tot de Schrift. Met het hart gelooft men ter rechtvaardigheid, maar met den mond belijdt men ter zaligheid, Rom. 10 : 10. Het geloof naar de Schrift sluit beide uit: een geloof des harten, dat niet belijdt en eene belijdenis, die niet wortelt in het geloof des harten. Het is mystisch en noetisch tegelijk, een onbepaald, onwankelbaar vertrouwen op Christus, als die naar het getuigenis der Schrift alles voor mij volbracht heeft en op dien grond thans en eeuwiglijk mijn Heer en mijn God is. Cf. over het geloof in de H. Schrift, behalve, de handboeken voor Bijb. Theologie van Weiss, Holtzmann enz., Schlatter, Der Glaube im N.T. Zweite Bearbeitung. Calw u. Stuttgart 1896. C. Boetticher, Das Wesen des relig. Glaubens im N.T. Berlin Gaertner 1896. Haussleiter, Was versteht Paulus unter Chr. Glauben? Greifsw. Studien, H. Cremer . . . . . dargebracht, Gütersloh 1895 S. 159-182. Huther, Die Bedeutung der Begriffe zwj und pisteuein in d. Joh. Schriften, Jahrb. f. d. Theol. 1872 S. 1-34. Cremer s.v.







deze pagina hoort in frames, klik hier

© Appendix Vaginix Productions 2004