§ 28. De Raad Gods.

1. Tot dusver handelden wij over het Goddelijk wezen, gelijk het is en bestaat in zichzelf. Niet in dien zin, alsof wij over God dachten en spraken, buiten zijne openbaring in natuur en Schrift om. Immers wij kunnen van God niet spreken dan op grond van zijne openbaring; als wij ons onderwonden zijne namen op onze lippen te nemen, spraken wij van Hem als Christenen, onderwezen door zijn Woord. Maar toch handelden wij over God, gelijk Hij blijkens zijne openbaring in zichzelf bestaat. En wij leerden Hem kennen als het eeuwige wezen, dat tegelijk het hoogste zijn en het hoogste leven is, als summum esse, louter essentia en tevens als ipsissima nergeia, actus purissimus, totus actuosus; Hij werkt altijd. Thans dalen wij tot zijne werken af. Die werken zijn de schepselen, opera ad extra. Maar voordat wij deze kunnen beschouwen, rijst de vraag: Welk is het verband tusschen God, gelijk Hij in zichzelf bestaat en deze zijne werken? En dat verband wordt aangegeven in den Raad Gods, die de opera essentialia ad intra, d.i. de besluiten omvat. Deze worden ons in de Schrift niet in het afgetrokkene beschreven, maar in de historie zelve ons voor oogen gesteld. God is Heer der gansche aarde en betoont dat van dag tot dag in de schepping, onderhouding en regeering aller dingen. En zoo is het ook met de verkiezing en de verwerping. Deze worden in het O.T. niet als eeuwige besluiten geteekend, maar zij treden ons op iedere bladzijde als feiten in de historie tegemoet. Van den aanvang af gaat het menschelijk geslacht in tweeën uiteen, in de heilige linie van Seth, Gen. 4 : 25, 26, 5 : 1-32 en de meer en meer van God zich vervreemdende van Kain, Gen. 4 : 17-24. Als beide geslachten zich vermengen en de ongerechtigheid doen toenemen, vindt Noach alleen genade in de oogen des Heeren, Gen. 6. Na den zondvloed wordt de zegen uitgesproken over Sem en Japhet, de vloek daarentegen over Kanaan, Gen. 9 : 25-27. Uit Sems geslacht wordt Abraham verkoren, Gen. 12. Van zijne zonen is niet Ismael maar Izak de zoon der belofte, Gen. 17 : 19-21, 21 : 12, 13. Onder Izaks zonen wordt Ezau gehaat en Jakob geliefd, Gen. 25 : 23, Mal. 1 : 2, Rom. 9 : 11, 12. Van de zonen van Jakob krijgt elk een eigen rang en taak, en ontvangt Juda |314| het primaat, Gen. 49. Terwijl alle andere volken tijdelijk voorbijgegaan worden en hun eigen wegen wandelen, wordt Israel alleen uitverkoren door den Heere tot een volk des eigendoms. Deze verkiezing, rxb, vdy, Hos. 13 : 5, Am. 3 : 2, is niet geschied om Israels waardigheid maar alleen naar Gods ontfermende liefde, Deut. 4 : 37, 7 : 6-8, 8 : 17, 9 : 4-6, 10 : 15, Ezech. 16 : 1v. Am. 9 : 7 en deze liefde is van oude dagen af, Jer. 31 : 3. Zij had tot object Israel als volk en natie, ofschoon duizenden het verbond verbraken en er onderscheid is tusschen Israel naar het vleesch en naar de belofte, Rom. 2 : 28, 29, Rom. 9-11. En zij had tot doel, dat Israel den Heere toebehooren, zijn volk en eigendom wezen, en in heiligheid voor zijn aangezicht wandelen zou, Ex. 19 : 5, Deut. 7 : 6, 14 : 2, 26 : 18, Ps. 135 : 4, Mal. 3 : 17. In den kring van Israel is er dan telkens weer sprake van een bijzondere verkiezing tot een waardigheid of dienst, zoo b.v. van Jerusalem en Sion tot eene woning des Heeren, Deut. 12 : 5, 14 : 23, 1 Kon. 11 : 30, 2 K. 21 : 7, Ps. 78 : 68, 70, van Mozes tot middelaar des O. Verbonds, Ex. 3, van Levi tot het priesterschap, Deut. 18 : 5, 21 : 5, van Saul en David tot koning, 1 Sam. 10 : 24, 2 Sam. 6 : 21, van de profeten tot hun ambt, 1 Sam. 3, Jes. 6, Jer. 1, Ezech. 1-3, Am. 3 : 7, 8, 7 : 15, bovenal van den Messias tot Verlosser van zijn volk, die de Israel, de knecht des Heeren bij uitnemendheid is, Jes. 41 : 8, 42 : 1, 44 : 1, 45 : 4 enz. Toch ofschoon deze verkiezing in het O.T. meest als feit in de historie optreedt en alzoo met de roeping zelve samenvalt, toch berust ze op eene voorkennis en voorbepaling Gods. In het algemeen leert het O. Testament, dat God alle dingen schept, onderhoudt en regeert door het woord en met wijsheid, Ps. 33 : 6, 104 : 24, Job 38, Spr. 8 enz., zoodat alles berust op de gedachte Gods. Maar er wordt ook uitdrukkelijk gezegd, dat God het toekomstige weet en vooraf verkondigt, Jes. 41 : 22, 23, 42 : 9, 43 : 9-12, 44 : 7, 46 : 10, 48 : 3v., Amos 3 : 7. In de profetie maakt Hij van te voren de dingen bekend, welke en zooals ze geschieden zullen, Gen. 3 : 14v., 6 : 13, 9 : 25v., 12 : 2v., 15 : 13v., 25 : 23, 49 : 8v. enz. De levensdagen van een mensch zijn alle reeds te voren bepaald en in ’t boek Gods geschreven, voordat er nog een in het aanzijn getreden is, Ps. 139 : 16, 31 : 16, 39 : 6, Job 14 : 5. De rechtvaardigen zijn geschreven in het boek des levens, gelijk de burgers van een |315| stad of een rijk zijn opgeteekend, en hebben daarin de verzekering, dat zij deel zullen hebben aan het leven in de gemeenschap met God in de theocratie van Israel, Ex. 32 : 32, Ps. 87 : 6, Ezech. 13 : 9, Jer. 17 : 13, Ps. 69 : 29; in Jes. 4 : 3 en Dan. 12 : 1 wordt dit verder zoo ontwikkeld, dat aan het theocratisch heil in de toekomst zij deel zullen hebben, die opgeschreven zijn ten leven. De Nieuwtest. gedachte wordt hier voorbereid, dat het boek des levens de namen bevat van de erfgenamen des eeuwigen levens. En alle dingen geschieden naar den raad Gods. Bij Hem is wijsheid en macht, raad, hcv en verstand, Job 12 : 13, Spr. 8 : 14, Jes. 9 : 5, 11 : 2, 28 : 29, Jer. 32 : 19. Hij kiest daardoor altijd de beste wegen tot bereiking van zijn doel, heeft niemands raad noodig, en is vreeselijk, verre verheven, boven den raad der heiligen en van allen, die rondom Hem zijn, Jes. 40 : 13, Jer. 23 : 18, 22, Ps. 89 : 8. Gods raad is zijne bepaalde gedachte, zijn vast besluit over alle dingen, Jes. 14 : 24-27, Dan. 4 : 24. Die raad is wel verborgen, Job 15 : 8 maar komt in de historie zelve tot werkelijkheid. Want naar dien raad geschied alles, hij bestaat in eeuwigheid, niemand kan hem weerstaan, Jes. 14 : 24-27, 46 : 10, Ps. 33 : 11, Spr. 19 : 21; en daartegenover wordt de raad der vijanden vernietigd, Neh. 4 : 15, Ps. 33 : 10, Spr. 21 : 30, Jer. 19 : 7.







deze pagina hoort in frames, klik hier

© Appendix Vaginix Productions 2001