4. Het N. Test. bevat de zuivere ontwikkeling van de trinitarische gedachten des O.T. Maar nu treden deze in een veel helderder licht, niet door abstracte redeneeringen over het wezen Gods, maar door de zelfopenbaring Gods in verschijning, woord en daad. Even sterk als in het O., wordt in het N. Test. de eenheid Gods uitgesproken. Er is maar één wezen, dat God, qeov, Elohim heeten kan, Joh. 17 : 3, 1 Cor. 8 : 4, maar deze ééne, waarachtige God openbaart zich in de oeconomie des N.T., bepaaldelijk in de feiten van vleeschwording en uitstorting, als Vader, Zoon en Geest. In die feiten treden geen absoluut nieuwe principia uit. Het zijn dezelfde, die ook in de schepping en in de oeconomie des O.T. werkzaam waren. De Vader, die meest in verhouding tot den Zoon en tot zijne kinderen dezen naam draagt, is dezelfde, die ook als Schepper aller dingen Vader heeten kan, Mt. 7 : 11, Luk. 3 : 38, Joh. 4 : 21, Hd. 17 : 28, 1 Cor. 8 : 6, Hebr. 12 : 9; alle dingen zijn uit Hem, 1 Cor. 8 : 6. De Zoon, die vooral in zijne geheel eenige verhouding tot God alzoo genaamd wordt, is dezelfde, die als Logos met den Vader alle dingen geschapen heeft, Joh. 1 : 37, 1 Cor. 8 : 6, Col. 1 : 15-17, Hebr. 1 : 3. En de Heilige Geest, die vooral met het oog op zijn werk in de gemeente zijn naam ontvangen heeft, is dezelfde, die met Vader en Zoon in de schepping alle dingen versiert en voltooit, Mt. 1 : 18, 4 : 1, Mr. 1 : 12, Luk. 1 : 35, 4 : 1, 14, Rom. 1 : 4. Voorts is het de algemeene leer der N.T. schrijvers, dat deze drie, Vader, Zoon en Geest, geen andere zijn, dan die ook in de oeconomie des O.T. aan de vaderen in woord en daad, in profetie en wonder zich hebben geopenbaard. De Oudtest. naam Jahveh, door kuriov onvoldoende weergegeven, ontvouwt zijn inhoud ten volle in den N.T. naam patjr, boven bl. 113. In den vleeschgeworden Zoon van God wordt de vervulling gezien van alle Oudt. profetie en schaduw, van profeet en koning, van priester en offerande, van knecht Gods en Davidide, van Malak Ihvh en wijsheid. En in de uitstorting des H. Geestes is tot |238| stand gekomen wat het O.T. had beloofd, Hand. 2 : 16v. Maar het N.T., hoewel zich aansluitende bij het O.T., blijft daarbij niet staan; het gaat er ver boven uit. Veel duidelijker dan in het O.T. treedt nu aan het licht dat de God des Verbonds een drieëenig God is en zijn moet, dat er drieërlei principe optreedt in het werk der zaligheid. Niet enkele teksten, maar heel het N. Test. is in dezen zin trinitarisch. Alle heil en zegen en zaligheid heeft haar drievoudige oorzaak in God, Vader, Zoon en Geest. We zien deze drie terstond optreden bij de geboorte van Jezus, Mt. 1 : 18v., Luk. 1 : 35 en bij zijn doop, Mt. 3 : 16, 17, Mk. 1 : 10, 11, Luk. 3 : 21, 22. Jezus’ onderwijs is geheel trinitarisch. Hij verklaart ons den Vader en beschrijft Hem als Geest, die het leven heeft van zichzelf, Joh. 4 : 24, 5 : 26, en in geheel eenigen zin zijn Vader is, Mt. 11 : 27, Joh. 2 : 16, 5 : 17. Hij onderscheidt zichzelf van den Vader, maar is toch zijn eengeboren, eigen, veelgeliefde Zoon, Mt. 11 : 27, 21 : 37-39, Joh. 3 : 16 enz., één met Hem in leven, heerlijkheid, macht, Joh. 1 : 14, 5 : 26, 10 : 30. En Hij spreekt van den H. Geest, die Hem zelf leidt en bekwaamt, Mk. 1 : 12, Luk. 4: 1, 14, Joh. 3: 34, als van een anderen Paraeleet, dien Hij van den Vader zenden zal, Joh. 15 : 26 en die overtuigen, leeren, in de waarheid leiden, troosten, en eeuwig blijven zal, Joh. 14 : 16. En vóór hij heengaat, trekt Jezus dit alles saam in to ìnoma tou patrov kai tou u³ou kai tou ƒgiou pneumatov, d.i. in den éénen Goddelijken naam, to ìnoma in sing., waarin zich toch drie onderscheidene subjecten, é patjr, é u³ov en to pneuma, allen opzettelijk met het artikel genoemd, openbaren. Dit onderwijs wordt door de apostelen voortgezet en uitgebreid; allen kennen en roemen eene drievoudige, Goddelijke oorzaak des heüs. Het welbehagen, de voorkennis, de verkiezing, de macht, de liefde, het koninkrijk is des Vaders, Mt. 6 : 13, 11 : 26, Joh. 3 : 16, Rom. 8 : 29, Ef. 1 : 9, 1 Petr. 1 : 2 enz. Het middelaarschap, de verzoening, de zaliging, de genade, de wijsheid, de gerechtigheid is des Zoons, Mt. 1 : 21, 1 Cor. 1 : 30, Ef. 1 : 10, 1 Tim. 2 : 5, 1 Petr. 1 : 2, 1 Joh. 2 : 2 enz. En de wedergeboorte, vernieuwing, heiligmaking, gemeenschap is des H. Geestes, Joh. 3 : 5, Joh. 14-16, Rom. 5 : 5, 8 : 15, 14 : 17, 2 Cor. 1 : 21, 22, 1 Petr. 1 : 2, 1 Joh. 5 : 6 enz. En evenals Jezus zijn onderwijs ten slotte saamvat in den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes, zoo stellen ook de apostelen deze drie telkens naast |239| elkander en op ééne lijn, 1 Cor. 8 : 6, 12 : 4-6, 2 Cor. 13 : 13, 1 Petr. 1 : 2, 1 Joh. 5 : 4-6, Openb. 1 : 4-6. Cf. over de triniteit in ’t N.T. Baur, Dreiein. u. Menschw. Gottes I 80 f. Hahn, Theol. des N.T. I 106 f. Philippi, kirchl. Gl. II 200 f. Dorner, Chr. Gl. I 331 f. Sartorius, Christi Person u. Werk I3 44 f. Beck, Chr. Gl. II 40 f. enz. Ook Biedermann, Chr. Dogm. II 37 erkent, dat de trinitarische leer van God wortelt in de Schrift, cf. Strauss I 409-425. Lipsius, Dogm. § 241, 242. F.A.B. Nitzsch, Ev. Dogm. 426. De tekst 1 Joh. 5 : 7 is om zijne twijfelachtige echtheid boven niet genoemd. Hij ontbreekt in alle grieksche codices, behalve in een paar uit de 16e eeuw; in alle latijnsche codices vóór de 8e eeuw; in bijna alle vertalingen. Voorts wordt hij nooit aangehaald door de grieksche patres, ook niet in den ariaanschen strijd, en evenmin door de lat. patres, Hilar. Ambros. Hieron. August. enz. Indien hij aangehaald of ondersteld wordt bij Tert., dan bestond hij ± 190. Indien bij Cyprianus, dan was hij bekend ± 220. Indien hij voorkwam in de Afra, volgens een H.S. uit de 5e en een uit de 7e eeuw, dan kan nog iets hooger opgeklommen, De Afra ontstond ± 160 in Afrika en kwam ± 250 naar Italië. Zeker komt de tekst voor bij Vigilius, einde 5e eeuw. In de 16e eeuw werd hij opgenomen in de Compl. uitgave, Erasmus 3e ed., Stephanus, Beza, textus receptus. In het verband wordt hij niet geeischt. Verklaring van de weglating en verdwijning is zeer moeilijk. De echtheid wordt echter nog door enkelen verdedigd, b.v. W. Koelling, Die Echtheit von 1 Joh. 5 : 7. Breslau 1893.







deze pagina hoort in frames, klik hier

© Appendix Vaginix Productions 2004