Tractaat van de Reformatie der Kerken

Amsterdam (Höveker & Zoon) 1883

Titel/Opdracht
Voorrede
Inleiding
Hoofdstuk I. Algemeene beginselen

§ 1. Wat Reformatie der kerken onderstelt

§ 2. Waaruit de rechte forme der kerken gekend wordt

§ 3. Op wat vierderlei wijze de kerke Christi te verstaan zij

§ 4. Waarom de ééne zelfde kerk op aarde tegelijk onzichtbaar en zichtbaar zij

§ 5. Hoe Gods Woord geheel het leven der kerk beheerscht

§ 6. Hoe de dienst des Woords oudtijds anders was dan nu

§ 7. Waarom de kerk vroeger geen eigen inrichting noodig had en thans wel

§ 8. Bij wien voor de kerk de bron van het Souverein gezag ontspringt?

§ 9. Hoe Jezus Koning over zijn kerk wierd

§ 10. Hoe dit koninklijk gezag van Christus op aarde werkt door het instrumenteel gebruik van menschelijke personen

§ 11. Op wat wijze het ambt in de kerke Christi onder het Nieuwe Verbond werkt

§ 12. Op welke wijze de Heilige Geest het aardsche ambt met het hemelsche Messiasambt van Koning Jezus saamverbindt

Hoofdstuk II. De rechte formatie der kerken

§ 13. Op wat wijze de formatie eener kerke tot stand komt

§ 14. Wat het wezen eener tot formatie gekomene kerk uitmaakt

§ 15. Hoe de kerken gedeeld en toch één zijn

§ 16. Of er in één zelfde plaats meer dan ééne kerk kan geformeerd worden

§ 17. Hoe een eenmaal geformeerde kerk duurzaamheid erlangt

§ 18. Waar het gezag in de zichtbare kerk berust

§ 19. Welke stelsels van kerkregeering er beproefd zijn?

§ 20. In welke deelen het gezag, dat in de kerk van Christus wordt uitgeoefend, zich splitst

§ 21. Hoe dit gezag der kerken zich met het gezag der overheid verdraagt

§ 22. Wat gelden moet van de Dienaren des Woords

§ 23. Hoe het Ouderlingschap in de kerk behoort te staan

§ 24. Wat van de Doctoren zij te houden

§ 25. Wat de Diakenen in de kerke Christi te doen hebben

§ 26. Hoedanig het ambt aller geloovigen in de kerke Christi zij

§ 27. Hoe het staat met der kerken goederen

§ 28. Door welke vergadering de kerk bestuurd wordt

§ 29. Van de toebediening der genademiddelen

§ 30. Van de oefening der kerkelijke tucht

§ 31. Van den Eeredienst

§ 32. Hoe een kerk in verband treedt met andere kerken

§ 33. Of de kerken ook bemoeienis hebben met wat niet tot de kerk behoort

§ 34. Wat de roeping der kerken ten opzichte van de scholen zij

Hoofdstuk III. Van de deformatie der kerken

§ 35. Wat hier onder deformatie der kerken te verstaan zij

§ 36. Van onvolkomene kerkformatiën

§ 37. Uit wat oorzaak de deformatie der kerken moet verklaard

§ 38. In wat manier zulke deformatie in de kerke Gods gemeenlijk uitbreekt

§ 39. Op welke drie afwijkingen bij dezen regel te letten valt

§ 40. Van de deformatie in de leden

§ 41. Van de deformatie in de ambtsdragers

§ 42. Van de deformatie in de belijdenis

§ 43. Van de deformatie in de toebediening der genademiddelen

§ 44. Van de deformatie in de tucht

§ 45. Van de deformatie in het werk der liefde en der barmhartigheden

§ 46. Van de deformatie in den Eeredienst

§ 47. Van de deformatie in het kerkbestuur

§ 48. Van de deformatie door woekerplanten op den kerkelijken stam, ofte van de secten

§ 49. Hoe de kerk door deformatie ten slotte in een schijnkerk verloopt

§ 50. Hoe de valsche kerk opkomt

Hoofdstuk IV. Van de reformatie der kerken

§ 51. Wat onder reformatie der kerken te verstaan zij

§ 52. Dat alle goede reformatie God tot auteur heeft

§ 53. Van reformatie door geestelijke opwekking

§ 54. Van reformatie door geleidelijk kerkherstel

§ 55. Van reformatie door breuke met het bestaande

§ 56. Van reformatie door breuke met de bestaande organisatie

§ 57. Van reformatie door breuke met het bestaande kerkverband

§ 58. Van reformatie door breuke met de bestaande kerk

§ 59. Van de onderscheiding tusschen de ware en valsche kerk

§ 60. Van Zacharia’s roepen: „Niet door kracht of geweld, maar door den Geest des Heeren!” Reformatie en legitimisme

§ 61. Van de reformatie in tegenstelling tot de revolutie

§ 62. Van de reformatie en de overheid

§ 63. Van de reformatiën die tot stand kwamen, en hun onderscheiden karakter

§ 64. Van de reformatie die in de Gereformeerde kerken dezer landen thans dient ondernomen

§ 65. Van inbezitneming der Hoogere Besturen

Inhoud


Terug naar overzicht boeken en brochures