[Revisie der Westminster Confessie]

De Heraut van de Gereformeerde Kerken in Nederland

No. 714, Amsterdam (De Heraut)
Zondag 30 Augustus 1891

a



In No. 2217 van The Independant komt voor het Rapport van de Commissie, die belast werd met het ontwerpen van de wijzigingen, die in de Westminster Confessie door de Presbyteriaansche kerken in Amerika zullen worden aangebracht.

Ook onze roeping brengt mede, dat we deze voorgestelde wijzigingen aan ernstige critiek onderwerpen.

Want wel doelt deze revisie des Confessie uitsluitend op de Gereformeerde kerken van Noord-Amerika; maar ook ten onzent mag nimmer vergeten, dat alle kerken Christi op aarde feitelijk slechts ne kerk zijn; en dat op het stuk van belijdenis alle kerken, die eenzelfde gezuiverde of gereformeerde belijdenis bezitten, door een inniger band van geestelijke gemeenschap onderling verbonden zijn.

Wat de Westminster Confessie belijdt, belijden ook onze kerken.

En waar dus voorstellen aan de orde komen, om de Westminstersche Confessie te herzien en te wijzigen, rijst ook voor ons de vraag, of de wijzigingen die men voorstelt, metterdaad strekken om die belijdenis in nauwer overeenstemming met Gods Woord te brengen; of wel dat zich een streven openbaart, om verder van de waarheid der Heilige Schrift af te wijken.

In het eerste geval hebben ook wij de autoriteit van Gods Woord boven de belijdenis te eeren, en onze broederen in Amerika te danken voor hun warmen ijver. In het andere geval daarentegen hebben wij de waarheid onzer belijdenis te verdedigen, en, voor zoover broederplicht dit oirbaar maakt, onze broederen in Amerika te waarschuwen.

Nu kan in het algemeen gezegd, dat de voorgestelde wijzigingen niet z ver gaan, als door de meest afwijkende geesten werd gewenscht en verwacht.

De poging om den Calvinistischen karakterktrek geheel uit de Confessie van Westminster te doen verdwijnen, is blijkbaar mislukt.

Eenmaal zich opmakende, om deze schoone Confessie te herzien, is men blijkbaar onder de macht van haar overweldigende waarheid gekomen, en heeft het niet aangedurfd, om haar eigenlijken hoeksteen geheel los te wrikken.

In zoover mag dan ook gezegd, dat de voorlezing van het rapport een teleurstelling voor de Arminianen was, en een pak van het hart voor de Calvinisten.

Toch voegt het onzen geestverwanten niet, zich deswege aan een valsche rust over te geven.

Voor hen moet het de vraag zijn en blijven, of Gods Woord al dan niet tot het aanbrengen van een of meerdere dezer wijzigingen dwingt.

Zoo ja, dan moeten ze deze wijziging met geestdrift ondersteunen.

Maar ook, blijkt, dat niet Gods Woord tot zulk een revisie noodzaakt, maar dat slechts een vrijer geest een poging waagt, om zooveel mogelijk aan de klem van het Calvinisme te ontkomen, dan moeten ze plichtshalve tegenstaan, en mogen ze niet toegeven.

Men vergete toch niet, dat de eerste stap altoos bedenkelijk is, en dat, zoo men er thans in slaagt, op kleine schaal enkele vreemde elementen in deze Confessie in te dragen, de deur is opengezet voor verdere reconstructie der belijdenis.

Men zal dan niet den muur opeens sloopen, maar er ongemerkt telkens een steenlaag afnemen.

En dan blijft de uitkomst toch, dat ten slotte heel de muur verdwijnt en het erf voor alle indringers open ligt.


Kuyper.




a. Niet eerder opnieuw gepubliceerd. Vgl. nog Calvinisme en Revisie, Amsterdam (J.A. Wormser) 1891, en ‘De revisie der Westminster Confessie’ I-II, De Heraut No. 715 en 716 (6 en 13 september 1891).







deze pagina hoort in frames, klik hier

© Appendix Vaginix Productions 2000