[De Haagsche Synode en de Common Creed]

De Heraut van de Gereformeerde Kerken in Nederland

No. 714, Amsterdam (De Heraut)
Zondag 30 Augustus 1891

a



In de Presbyteriaansche kerken van Engelsche herkomst is in Amerika sinds een aantal jaren het verlangen ontwaakt, om zich nauwer aaneen te sluiten.

Vandaar de Presbyterian Alliance, of Bond van Presbyterialen, waarbij allen zich konden aansluiten, wier kerk door kerkeraden geregeerd werd.

Toch zag men al spoedig in, dat het niet aanging, zulk een Bond uitsluitend te doen rusten op het uitwendige feit van Presbyteriale kerkregeering, en deed zich al meer de behoefte gevoelen, om ook in de belijdenis tot zekere eenheid te geraken.

Men riep om een Common creed of consentus creed, d.w.z. een kort opstel van enkele geloofspunten, waardoor het Gereformeerd karakter dezer kerken zou gewaarborgd zijn.

Zonderling genoeg is nu het verzoek, om tot zulk een Common creed mede te werken ook toegezonden aan de Haagsche Synode.

Maar deze zat er mee.

Wat zou ze er van maken? Wat viel op zoo ongelegen vraag te antwoorden?

Ze kon toch moeilijk de waarheid zeggen, en verklaren, dat de belijdenis der Gereformeerde kerken bij haar voorgoed in de kist ligt; dat er zelfs in haar vergaderingen niet meer naar de Heilige Schrift wordt gevraagd; en dat ieder onder haar hoogheid predikt wat hij wil, aan niets dan aan de uitspraak zijner eigen rede en conscientie gebonden.

Neen, de schijn moest gered.

Niet hier te lande. Daar kon dat niet meer. Maar dan toch tegenover het buitenland.

En wat vond men er toen op?

Dit, dat men niets en toch iets zei; en toen is er geantwoord, dat er in deze Synodale kerk, o, ja nog waren, die aan deze belijdenisschriften waarde hechtten, mar dat er ook anderen waren, die er aan waren afgestorven; zoo echter dat de laatsten voor de eersten in niets onderdeden in liefde voor de kerk.

Nu van tween n.

Of men hield de buitenlanders die dit te lezen kregen voor dommer dan onnoozel; of wel men kon zich vooruit voorstellen, hoe de broederen buitenaf hieruit met volkomen zekerheid zouden opmaken, hoe volstrekt deze kerk met de belijdenis der vaderen brak.

Voor de orthodoxe leden der Haagsche Synode moet het hard zijn geweest, aldus zelf mede te werken tot het proclameeren van hun eigen machteloosheid.

Ook in dit antwoord toch triomfeerde te eenen male de moderne opinie.

Een moderne kan zoo spreken en eerlijk blijven.

Wie ook nog maar eenigszins orthodox is, niet.


Kuyper.




a. Niet eerder opnieuw gepubliceerd.







deze pagina hoort in frames, klik hier

© Appendix Vaginix Productions 2000