[De dissertatie van Dr. de Visser]

De Heraut

No. 145, Amsterdam (De Heraut)
Zondag 19 September 1880

a



Er is te Utrecht in de Theologische faculteit wer een dissertatie verdedigd, die alleszins gegronde oorzaak geeft tot hoogst ernstige klacht.

We bedoelen het proefschrift van Dr. [de] Visser, over de daemonologie van het Oude Verbond.

Alle lof zij aan deze dissertatie gegund, wat degelijkheid van onderzoek en netheid van vorm aangaat. De schrijver is blijkbaar een ernstig, goedgevormd geleerde.

Het komt dan ook niet in ons op iets te zijnen laste te zeggen.

Maar mag of kan dit ons hoogst ernstig bezwaar opheffen tegen de algeheele ondermijning van de Heilige Schrift, die in dit stuk uitkomt?

Onomwonden toch wordt in dit stuk uitgesproken, dat de eerste hoofdstukken van Genesis; die grondslag der gansche Godsopenbaring; geen openbaring, maar slechts een product van menschelijke voorstelling zijn; niet van Mozes, maar van anderen afkomstig; en vermengd met heidensche inmengselen.

Het spreekt vanzelf dat voor een geleerde die zich aldus uitspreekt, alle ingeving der Heilige Schrift, in anderen dan relatieven zin, geheel wegvalt, en aldus het moderne standpunt van historische critiek als het eenig houdbare is aangewezen.

Een droef feit, dat nog in te droever licht treedt, als men dezen geleerde aan de Groninger Synodale professoren den wensch hoort brengen: dat ze nog vele jaren de kerk mogen steunen door hun arbeid.

Is er nu tegen deze dissertatie en tegen haar strekking krachtig geopponeerd door Dr. Valeton?

Het verluidt niet.

Eer hoort men van allen kant, dat in dien zin en geest de Schrift des Ouden Testaments zoo door den hoogleeraar De Jonge als door Dr. Valeton zelf ontleed wordt.

En nu hebben we er natuurlijk niets op tegen, dat deze heeren, eenmaal alzoo denkende, ook alzoo spreken. We verheugen er ons zelfs in, dat ze, op dat standpunt met hun denken staande, geestelijk nog naar den Redder onzer zielen trekken. Maar dit neemt niet weg, dat met klimmenden ernst de vraag mag en moet gedaan: Heeren Doctoren, is het niet de gemeente ten derden male misleiden, indien ge, deze leer haar brengende, u uitgeeft, we zeggen niet eens voor Gereformeerd, maar voor orthodox?


Kuyper.




a. Niet eerder opnieuw gepubliceerd. Vgl. ‘[De dissertatie van Dr. de Visser]’, De Heraut No. 146 (26 september 1880), ‘[De dissertatie van Dr. de Visser]’, De Heraut No. 147 (3 oktober 1880) en J.H. Gunning JHz. ‘Ingezonden’, De Heraut No. 147 (3 oktober 1880).







deze pagina hoort in frames, klik hier

© Appendix Vaginix Productions 2001